Onlangs kondigde NEN aan dat de Nederlandse Praktijk Richtlijn 1813 voor werkstoelen en werktafels wordt aangepast. Hoe komt dat en waarom is dat nodig?Hoe u thuis op een stoel of op een bank voor de TV zit, is een privéaangelegenheid. Maar als het op werken aankomt – ook thuis – dan komt de werkgever om de hoek kijken. De werkgever heeft uit hoofde van goed werkgeverschap een verantwoordelijkheid als het gaat om de werkplek van zijn werknemers.Artikel 3 van de Arbowet geeft aan dat de middelen om het werk te doen – de inrichting van de arbeidsplaatsen – moeten zijn aangepast aan de persoonlijke eigenschappen van de werknemer.Kortom, de werkgever moet een goede stoel leveren om de werknemer zijn werk goed te laten doen; een werkstoel dus.Overigens rust op de werknemer ook een verplichting. Hij moet de werkmiddelen goed en veilig gebruiken. Zodat hij er niet door in de ziekenboeg belandt.
Wat is een goede werkstoel?
Vraag is natuurlijk: wat is een goede werkstoel die voldoet aan de stand der wetenschap en techniek?Dat kan een stoel zijn die door een meubelmaker voor die persoon geheel op maat is gemaakt. Maar dat is maar voor een enkeling weggelegd.Dus is het handiger om een standaardstoel gebruiken. Die is in te stellen op alle maten van de werknemers. Voldoende hoog en laag qua zitting, arm- en rugleuning, voldoende in diepte en breedte instelbaar.
Eén Europese norm
Nederland heeft daarom eind jaren ’80 als eerste land een norm ontwikkeld – NEN-norm – waaraan een werkstoel voor de Nederlandse Beroepsbevolking zou moeten voldoen. Later volgden ook andere landen het Nederlandse voorbeeld. Om te voorkomen dat elk land in Europa met een eigen stoelennorm en met zijn eigen landsmaten zou gaan werken, werd besloten om alle landsnormen te harmoniseren tot één Europese norm: de EN-norm EN 1335-1. NEN-EN 1335-1 betekent dat deze norm in het Nederlands is. Zo werd het voor fabrikanten dus ook mogelijk om een generieke stoel te maken. Het voordeel van een norm is, dat deze elke vijf jaar op de actualiteit moet worden aangepast. Zo blijft een norm dus voldoen aan de stand der wetenschap en techniek.
Maar er is een probleem. Bij de Europese geharmoniseerde norm is uitgegaan van ‘de gemiddelde Europese mens’. De lange Nederlander zou dan op een te kleine of te lage stoel moeten zitten werken. Dat levert rug- en beenklachten op. Daarnaast moeten ook de kleinere mensen goed op een stoel kunnen zitten. Ja, Nederland heeft én veel lange én veel kleine mensen, én veel daar tussenin. De Nederlandse bevolking is dus niet alleen langer, maar ook meer divers dan elders in Europa. Dit betekent dat een goede bureaustoel voor de zittende Nederlander een groter instelbereik en cruciale ondersteunende functies moet hebben om hem gezond te laten blijven.
NPR 1813 en Europese meubelnorm
Om goed te kunnen werken met een stoel en een werktafel of bureau, gaf de toenmalige Normcommissie Kantoor- en Schoolmeubelen een Nederlandse Praktijk Richtlijn (NPR 1813) uit. Daarin was een toelichting opgenomen over het gebruik van de stoelen- en de werktafelnorm en de mensmaten (antropometrische maten) van de Nederlandse beroepsbevolking. Deze antropometrische maten zijn terug te vinden in de DiNED-tabel. Dit is een Wetenschappelijk document van de TU-Delft dat periodiek wordt bijgesteld.
Maten voor de werkstoel
Naast alle belangrijke informatie in deze NPR 1813 is ook een tabel opgenomen met daarin de maten voor de werkstoel waarmee ca. 90 procent van de Nederlandse Beroepsbevolking goed op kan zitten. Voor de ca. 5-10 procent kleine en de 5-10 procent extra lange mensen moeten alsnog aanpassingen aan de werkstoel worden uitgevoerd.Facilitair gezien, heeft een stoel die voldoet aan de maten genoemd in de NPR 1813, dus altijd de voorkeur. Maar ook NPR 1813 moet elke vijf jaar worden bijgesteld aan de actualiteit en norminhoud. En dat is nu dus weer nodig.
Belangrijk voor facilitaire afdelingen
De inhoud van deze NPR 1813 is dus belangrijk voor veel betrokkenen. Werknemers, werkgevers, ergonomen, HRadviseurs en arbodeskundigen moeten hierop letten. De facilitaire huisvesters en –inkopers kunnen namens de werkgever de juiste kantoorinrichting aanschaffen en instellen. Maar ook de bedrijfsartsen en zij die zich in (arbo)dienstverband bezighouden met werkplek-inrichting, beoordeling en voorlichting, moeten de inhoud van deze Richtlijn te kennen. En natuurlijk verkopers en adviseurs, zoals interieur-architecten en -stylisten van kantoorinrichting kunnen hier hun voordeel mee doen. Allemaal mensen die gezondheid vooropstellen. Want langdurig zitten op kantoor of thuis zonder goede ergonomische ondersteuning leidt tot gezondheidsklachten zoals nek-, schouder-, rugpijn.NEN nodigde betrokkenen uit bovenstaande doelgroepen uit om mee te doen als schrijver of tegenlezer aan de herziening van deze NPR 1813.Paul JM Settels Eur.Erg. | 2 april 2021

